zaterdag 22 september 2018

Donderdag 20 september – dag 23: Santa Fe


Santa Fe is de oudste stad van Amerika, in 1607 gesticht door Juan Martinez de Montoya. Het werd de hoofdstad van de provincie Santa Fe de Nuevo Mexico. In1821 werd het ingelijfd door het onafhankelijk geworden Mexico dat het in 1848 alweer moest afstaan aan de VS (bron: Wikipedia).

Het was vandaag ondanks de zuidelijke ligging een sombere en koude dag. Van dertig graden was de temperatuur gedaald naar dertien, dat scheelt nogal wat. Tijd voor de lange broek dus, en een shirt met lange mouwen. Omdat het onze inschatting was dat het wel droog zou blijven lieten we de regenjacks hangen (we hadden nog een nacht bijgeboekt in het hotel). Het historisch centrum was een kwartiertje lopen en meteen herkenden we het allemaal ook weer. Het is hier voor 99% Spaanstalig, geen wonder natuurlijk. Straten, informatieborden, winkels, allemaal  Spaanse naamgeving. Om je heen hoor je ook bijna uitsluitend Spaans spreken. We voelden ons direct weer thuis in deze stad!

Heel dichtbij het hotel liepen we eerst tegen een ontzettend kleurrijke etalage op, ik kan het niet anders omschrijven. Daarin was een magnifieke verzameling borden en ander keramiek te zien, allemaal handgeschilderd. Zó prachtig! We gingen er naar binnen en hoorden dat er een groepje van acht mensen bij betrokken is om deze schitterende stukken te beschilderen en te glazuren. De borden, kommen en schalen worden onbewerkt aangeleverd. Ik zou er zo een servies van willen samenstellen! Prijstechnisch gezien was dat niet aan de orde, één bord kostte al $78....Maar o wat wordt je vrolijk van al die kleuren! 





Het centrum is niet groot. Het Plaza Mayor vormt het hart van de stad en onder de galerijen van het plein vind je, een enkele kleding- of schoenenwinkel daargelaten, alleen maar toeristenwinkels met Indiaanse en Mexicaanse  hebbedingetjes zoals keramiek, zilver, kleden en houtsnijwerk.We liepen een van de winkels binnen om het schitterende aardewerk te bewonderen. Uiteraard werden we meteen aangeklampt door de eigenaar. Hij vertelde van alles, over waar wat vandaan kwam en door wie het gemaakt was. Bert begon uit te leggen dat we in het vliegtuig niets mee konden nemen om hem af te schudden maar dat was helemaal niet nodig: relax man, dit is een hele relaxte stad en je hoeft echt niets te kopen! Bij een groot aardewerken beeld van de verhalenverteller, die kom je hier in alle maten en vormen tegen, bleven we stilstaan. Deze beelden bestaan allemaal uit een volwassene, met ronde open mond, die aan enkele kinderen verhalen vertelt. Bert vroeg aan de eigenaar, nogal naïef, of in die open mond een vredespijp hoorde, waarop de man in een bulderend gelach uitbarstte. Nee, natuurlijk niet, dat is omdat hij aan het vertellen is! Toen schoten we allemaal in de lach en ik zei dat hij nu in elk geval óók een mooi verhaal had om door te geven.

In een ander winkeltje keken we even naar de alebrijes, de bijzondere en kleurrijke fantasiedieren gesneden uit het zachte hout van de Copalboom.  De vorm van het hout bepaalt in grote mate wat voor dier het uiteindelijk zal worden. We raakten met de eigenaresse aan de praat die uit Oaxaca bleek te komen. Omdat we daar zelf geweest zijn (en uit die buurt ook de nodige alebrijes meegenomen hadden) werd het een extra leuk gesprek. Natuurlijk vertelden we over broer Dick, die je met een gerust hart Mexico-deskundige bij uitstek kunt noemen en drie maanden per jaar ook in die omgeving woont. De eigenaresse vertelde dat ze over een paar weken weer naar Oaxaca ging, naar huis. De heimwee was groot, hoewel ze zich echt ook wel thuis voelde in Santa Fe. Maar ja, de familie….

Santa Fe heeft een kathedraal. Een zeldzaam mooie kathedraal zelfs, de Catedral Basilica de San Francisco de Asisi. Er was iemand orgel aan het spelen wat de sfeer nog intenser maakte. Ook heel bijzonder: Igor Stravinsky heeft hier bij openbare concerten gedirigeerd, in 1959, 1960, 1962 en 1963. Uitgevoerd werden stukken van hemzelf: Threny, Symphonie of Psalms, Cantata, en de Mass. 





Serie, afbeelding 1: een kapel voor stil gebed

Serie, afb. 2

Serie, afb. 3: zoom in. Wat is de man aan het doen??? 😲😄
(hij is gelukkig onherkenbaar)
 De vorige keer waren we in Santa Fe het museum voor Moderne Kunst ingevlucht vanwege heftig onweer. Nu hoefde dat niet, maar we gingen er toch even naar binnen. Er waren enkele kleine exposities die ons niet allemaal evenveel aanspraken. Wat wél indruk maakte: de serie ‘Bloodline’, van Holly Wilson. Juist de herhaling van al die kleine bronzen figuurtjes zorgde voor een heel sterk beeld.













Santa Fe zou Santa Fe niet zijn als het niet tenminste één micro-brouwerij herbergde. Die bevond zich op korte afstand van het museum zodat we daar op het boventerras onze dorst op gepaste wijze konden lessen. Verder was er niet bijster veel te doen en om een uur of vijf waren we weer in het motel terug. 


Het regenfront was nu opgelost en de zon had weer de overhand. Vlakbij ons hotel bleek een geweldig goed aangeschreven restaurant te liggen, State Capital Kitchen. Niet goedkoop, maar beslist anders dan de eeuwige hamburger. Ik moet zeggen: het was meer dan voortreffelijk! Als amuse kregen we een klein kommetje bouillon met daarin piepkleine blokjes aardappel, Parmezaanse kaas en prosciutto, gegarneerd met heel fijn gesneden bieslook. We kregen er geen lepel bij dus dronken we het maar zo uit de kom. Het was tenslotte een amuse. Het kostte enige moeite om de vaste ingrediënten naar binnen te werken, we gebruikten toch maar de vork die naast ons bord lag. De uiterst beminnelijke en jonge kelner zag ons worstelen en schoot in de lach….hij was de lepels vergeten! Als hoofdgerecht nam ik de sirloin, met puree van sjalotjes, een crêpe met verse spinazie, blauwe kaas en paddenstoelen en aan de rand een streepje basilicum. Bert had lamsvlees, twee koteletjes en een stukje lende, met broccoli die precies goed beetgaar was en aardappelkoekjes met peccorino. Wij lachten even hard mee, het was natuurlijk ook heel vermakelijk. Bij het afrekenen kregen we een schaaltje met twee chocoladebolletjes ter grootte van een flinke knikker, die lagen in een klein bakje op een bedje van hele fijne suiker. We kregen er instructies bij: in je mond stoppen en daarna vooral je mond dicht houden! Ik nam er eerst een (nu hadden we er wel lepels bij gekregen), proefde even en nu schoot ík in de lach…wel met mijn mond dicht. Dat werkte aanstekelijk zodat ook Bert en de kelner moesten lachen. Bert begreep er helemaal niets van, maar zodra ik die chocoladebol in mijn mond had gestopt explodeerde hij en proefde ik iets heel verfrissends wat ik niet direct thuis kon brengen. Toen was Bert aan de beurt. Hij was natuurlijk al voorbereid en daardoor was het effect iets minder groot, maar ook hij trok een gek gezicht. Ik vroeg aan de jongen wat het nu precies was, en het bleek het sap van passievrucht dat eerst in bolletjes kort ingevroren was en  daarna door de chocola gerold. Hij vertelde dat hij het voor het eerst had geproefd toen hij bij een groot gezelschap aan tafel stond. Hij was niet op voorbereid op de uitwerking ervan en het sap spoot zo over de tafel en op zijn kleren, vandaar dat nu iedereen gewaarschuwd wordt. Maar lekker….nomnomnom!
          




Woensdag 19 september – dag 22: Taos – Santa Fe


Tandpasta schijnt voor heel veel dingen, naast het reguliere gebruik, een wondermiddel te zijn. Zo kun je er krassen mee uit je brillenglazen poetsen, een koortslip behandelen en allerhande vlekken uit verschillende materialen  verwijderen. Dat je het maar even weet.
Vanmorgen deed ik een blinde greep in mijn toilettas naar de voetencrème. Ik pakte het kleine tubetje, draaide de dop eraf en smeerde flink wat van de inhoud op mijn voeten. Huh? Tandpasta! In plaats van de voetencrème die mijn voeten in de droogte nog een beetje heel moet houden…  Ik had het erop kunnen laten zitten en eens zien of het ook voor dit doel een heilzame werking zou hebben. Vond ik echter toch geen goed idee, dus alles er maar weer afgepoetst en het juiste middel erop gesmeerd. Ik bleef die dag toch een beetje naar pepermunt ruiken.

Bij Smiths Supermarket haalden we verse broodjes, die er voor de verandering echt lekker uitzagen (wat niet wil zeggen dat ze ook lekker smáken), beleg en een nieuwe fles Clamato. Het was de beste supermarkt die we tot nu toe gezien hebben. Een saladbar waarvan je alleen al bij het langslopen ging watertanden, een afdeling met alle mogelijke verse vis, rijen vol met groenten en fruit. Bij het afrekenen stelde de man achter de kassa natuurlijk de obligate vraag ‘Hi guys, where are you from?’ Bij het horen van het woord Holland kwam hij achter zijn kassa vandaan en gaf hij ons een hand. ‘Welcome in the United States!’. Dit hadden we al vaker meegemaakt, en je kunt zeggen wat je wilt maar het is een ontzettend aardig gebaar. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een toerist een hand heb gegeven om hem welkom te heten in Nederland. Maar goed, ik complimenteerde hem met de winkel en vol trots vertelde hij dat ze dat niet alleen vaker gehoord hadden maar ook bezig waren het nóg beter in te richten met verse en biologische producten.

We vertrokken naar Santa Fe. Je kunt via de high road of via de low road (van het liedje, weet je wel? “ I’ll take the high road and you take the low road, and I’ll be in Scotland before you” , The Bonnie Banks of Loch Lomond) Wij namen de low road. Deze weg langs de Rio Grande hadden we al eens eerder gereden en is zeker de moeite waard. Wat trouwens opvalt, overal in dit land: elk gehucht dat  nog in elk geval één inwoner telt beschikt over een volledig geoutilleerd postkantoor. Met alles erop en eraan.  Onwaarschijnlijk. Als je erop gaat letten tel je er zo twintig op een dag, als je onderweg bent. Een winkel is dan vaak in de verste verte niet te bekennen, maar postzegels kun je tenminste kopen!





Een verzamelaar aan het werk geweest
Het weer was inderdaad omgeslagen. Overal om ons heen zagen we donkere wolken waar hier en daar flink regen uitviel. Omdat de verwachting voor morgen nog slechter zou zijn besloten we nu maar direct door te rijden naar de Kasha Katuwe Tentrocks, een unieke rotsformatie ongeveer 30 mijl ten zuidoosten van Santa Fe. Om half twee reden we het park binnen. De openingstijden waren veranderd, in plaats van tot 17.00 was het nu geopend tot 16.00. Meteen bij binnenkomst werd ons verteld dat een ranger vanaf 15.30 de route door de slotcanyon zou schoonvegen zodat uiterlijk 16.15 iedereen in de auto kon stappen en wegrijden en het park om 16.30 echt afgesloten kon worden.



We hadden geluk dat het park open was. Het was enige tijd gesloten geweest vanwege de schade die recent noodweer had aangericht. Nu was daar niets meer van te zien. Op een bankje in de schaduw aten we de broodjes, die gelukkig echt lekker waren, en brachten we onze vochtbalans op peil. De route door de slotcanyon was niet lang, ongeveer 1,5 mijl. We hadden hem al eens gelopen en vonden het toen ontzettend leuk, met niet al te ingewikkelde paadjes maar wel genoeg uitdaging doordat je hier en daar moest klauteren, over stenen springen of je voeten links en rechts dwars op de rotsen zetten om zo een stukje te overbruggen (je hangt dan dus een stukje boven de grond).  Onze verwachtingen werden meer dan waar gemaakt, het was nog steeds even leuk. Trek wel goede schoenen aan; tot onze verbazing kwam er een dame naar beneden die eruit zag alsof ze langs de boulevard aan het flaneren was. Met een vrolijk gekleurd jurkje aan, stevig in de make up, danste ze op haar ballerina’s het pad af. Nou ja, dansen, meer glibberen eigenlijk. Want je hebt natuurlijk nul houvast met die gladde zooltjes. Een komisch gezicht was het.
Het laatste deel van de route klim je dan omhoog tot je over alles heen kunt kijken. Dat gedeelte kost wel wat meer inspanning. Vanwege de tijd én de hitte besloten we dit te laten voor wat het was en terug te lopen. Om kwart voor vier reden we het park weer uit, mooi op tijd dus. Het is beslist een aanrader, dit park. Ook met kinderen van een jaar of vijf, zes is de trail erg leuk om te doen.  












Ons Motel6 hadden we gauw gevonden. Zoals alle accommodaties lag het gewoon aan de weg waar we binnenreden. In het verleden hebben we veel vaker gebruik gemaakt van deze motelketen, maar de laatste jaren eigenlijk nooit meer. Ze hadden hier de kamers een facelift gegeven waardoor het stoffige karakter vervangen was door iets meer eigentijds. Ook de vloerbedekking – hoe verzin jet het toch, vloerbedekking in een hotel, je krijgt het nooit schoon – had plaatsgemaakt voor een nephouten pvc-vloer. Het bed was groot, enorm zelfs, met een stevige matras die we even gingen testen. We vielen er direct op in slaap, om na een uur wat verdwaasd wakker te worden. Ik keek uit het raam: het góót! En onze regenkleding lag in de auto, lekker handig. Op een goed moment, toen het even wat minder werd, konden we alsnog onze regenjacks pakken. Maar het bleef toch zo hard regenen dat we niet al te ver wilden lopen voor ons avondmaaltje.

Uit het raam had ik iets gezien dat op een restaurantje leek, dus eerst daar maar heen. Vinaigrette heette het. Een schot in de roos! Heel sfeervol ingericht, met allemaal producten van eigen boerenbedrijf op de kaart. Ze voerden een actief beleid wat betreft overgebleven eten: dat ging allemaal terug naar de boerderij om als veevoer te dienen en waar dat niet mogelijk was werd het gecomposteerd. We namen allebei om te beginnen een kom mushroom stew. Bij een stew denk je aan iets stevigs, maar dit was een kop gloeiend hete, fantastische zelfgetrokken bouillon bomvol allerlei verschillende paddenstoelen. Om het af te maken dreef er bovenin een stuk knapperig geroosterd brood. We aten nog net niet onze vingers erbij op! Daarna deelden we een warmgemaakte sandwich en ja, toen moest ik toch echt ook nog de lemon cheesecake proeven. Bert had in eerste instantie geen behoefte aan een toetje, maar toen er twee vorkjes bijgeleverd werden at hij zeker de helft op.😉



Geheel voldaan liepen we naar het motel terug, aan de overkant van de weg. Opnieuw zocht ik in mijn toilettas en nu ging het goed zodat de tandpasta kon doen waar hij voor bedoeld was.


Dinsdag 18 september – dag 21: Taos


In de vakantie, en zeker met kamperen waar kunstlicht ontbreekt, raak je het besef van tijd kwijt. Je hebt er geen idee meer van welke dag het is, of hoe laat het zal zijn. Als het donker is ga je slapen, als het weer licht wordt sta je op. Veel winkels zijn hier dag en nacht open dus daar hoef je ook niet over in te zitten. Wisselen van tijdzone? Maakt niet uit. Je hebt het niet eens in de gaten. Mijn horloge nam dit heel letterlijk en paste zich direct aan: het stond stil vanaf de eerste dag!

Vandaag begonnen we de dag digitaal. Ik werkte het blog bij en we zetten de foto’s in de cloud. Ook deden we de was en aten we eindelijk de meloen uit Green River op, die had al die tijd koud op ons liggen wachten in de koelbox. Toen we met alles klaar waren, vooral het laden van de foto’s duurde lang, was het half drie. Een goed moment om in de auto te stappen en de Enchanted Circle te rijden.

De Enchanted Circle is een rondrit van 84 mijl vanuit Taos, die nogal aangeprezen wordt. Wij reden hem met de klok mee. In de Lonely Planet stond dat je er zeker een hele dag voor uit moest trekken dus we waren benieuwd of we het in een uur of drie zouden redden. Was het inderdaad zo spectaculair? Nou nee. Mooi? Ja, dat zeker. Maar vergeleken met wat we allemaal al gezien hadden, en wat iederéén gezien heeft die hier een rondreis maakt, is de ophef een beetje overdreven. We passeerden na een rit door een omgeving die leek op die van de Ardèche het ski-oord Red River, wat er zeker gezellig uitzag met allemaal mensen op terrasjes en natuurlijk de nodige winkels om de plaatselijke economie wat op te kalefateren. Niet dat dat nodig leek, het was een bloeiende en bepaald niet armlastige gemeenschap zo te zien.

Na Red River kwamen we in Eagle’s Nest. Dat roept beelden op van het Adelaarsnest dat ooit aan Hitler toebehoorde, aan een geïsoleerde burcht bovenop een berg. Niets van dat alles. Je hebt wel het Eagle’s Nest Lake,  dat schijnt een paradijs te zijn voor vissers en natuurliefhebbers, maar daar moet je dan veel meer tijd voor uittrekken. Het plaatsje zelf, dat de naam Eagle’s Nest geadopteerd heeft, stelde niet veel voor. We zijn dus doorgereden.

Kom je dit opeens tegen onderweg....

Het Vietnam Veterans Memorial bij Angel Fire was echter wél zeer de moeite waard. Dat is opgezet door Victor ‘Doc’ Westphall, wiens zoon omkwam in Vietnam in 1968. Westphall en zijn vrouw Jeanne hebben het geld wat ze eerst in een resort in Angel Fire wilden steken samen met het verzekeringsgeld van hun omgekomen zoon gebruikt om dit Memorial neer te zetten. Westphall heeft het daarna tot zijn levenswerk gemaakt om het in stand te houden. Er is ook een kleine expositie ingericht met alle mogelijke attributen uit die periode, en er is een enorm archief waar  informatie te vinden is over alle gesneuvelden. Wat me echter het meest trof waren de pakjes tissues die overal stonden. Dat moet nabestaanden dan toch het gevoel geven dat er verdriet mag zijn, ook zoveel jaar na dato. Over de zinloosheid van deze oorlog, en van alle strijd die overal op de wereld altijd maar doorgaat , daar heb ik het nu maar niet over.  

Intussen was het landschap veranderd van bergachtig naar weids en open. Het deed denken aan de Cantal in Frankrijk, of aan de Hardangervidda in Noorwegen. Nauwelijks of geen bomen, veel stenen, mossen in allerlei groentinten, een beetje desolaat, ik vind het altijd prachtig. Na precies drie uur reden we Taos weer binnen. 








Omdat het pas half zes was hadden we nog tijd om de Earthship Biotecture Community te bezoeken, iets voorbij onze campground. Dat is een geweldig interessant initiatief waarbij huizen gebouwd worden van uitsluitend natuurlijke of gerecyclede materialen zoals oude autobanden. Ze zijn geheel zelfvoorzienend door o.a. solartechnologie – aan zon is hier namelijk in het geheel geen gebrek – en zien er heel fantasierijk uit. Je kunt er overnachten, een bestaand Earthship kopen of er zelf een bouwen. Gaudí zou zijn vingers erbij aflikken, óf de bouwers  een proces aandoen: zijn ideeën zie je hier overal terug. Zo zagen we net als in de Sagrada Familia flessen ingemetseld in muurtjes, en overal organische vormen in de gebouwen. Dat laatste zie je overigens ook veel in deze contreien terug in de adobe-huizen die op Indiaanse leest geschoeid zijn. We namen alleen foto’s van de buitenkant, het Visitor Center was al gesloten. Op internet zijn genoeg filmpjes te vinden waar je het hele concept kunt bewonderen.










Bij thuiskomst geen nieuwe buren dit keer. Die van gisteren hadden trouwens, heel aardig, een afscheidsbriefje onder onze ruitenwissers gestopt omdat wij nog sliepen toen zij vanmorgen vroeg vertrokken. De campingbaas kwam even melden dat het morgen zou gaan regenen, veel en langdurig. Wat? Regen??? Tot nu toe hadden we zo ontzettend veel geluk met het weer dat we geen een keer onze toevlucht tot een hotel hadden hoeven nemen. Enig onderzoek wees uit dat de baas gelijk had. Een stevig front met regen en onweer was in aantocht. Er zat maar één ding op: een hotel reserveren. Per telefoon kon ik een kamer regelen bij het Motel6 Plaza in Santa Fe, op loopafstand van het centrum. Heel betaalbaar. Wij zitten morgen droog!