maandag 22 augustus 2011

Dag 34 - van Yellowstone naar Ketchum


Dag 34 – zaterdag 20 augustus: van Yellowstone naar (richting) Boise

IJskoud was het vannacht, letterlijk. Het vroor, niet erg maar toch. Onze voortreffelijke slaapmatjes zorgden er echter samen met de combinatie slaapzak + fleece-binnenslaapzak voor dat we nergens last van hadden. Die slaapmatjes zijn de beste die we ooit gehad hebben. En we hebben er heel wat geprobeerd. Het enige wat ze tegen hebben is hun merknaam: Kaikkialla. Dat is een eigen merk van een aantal grote Europese buitensportzaken die de handen ineengeslagen hebben om een goed product te kunnen leveren. Alleen, marketingtechnisch gezien is de naam een uitermate onhandige keuze. Je breekt er haast je tong over, en het kost moeite om hem te onthouden, tenzij je van Finse komaf bent misschien….Maar goed, ze zijn dus uitstekend. Je hoeft ze niet eens bij te blazen, wat bij de ThermaRest matjes vaak wel nodig is. En omdat ze een stretch omhulsel hebben liggen ze heerlijk zacht.
Eenmaal buiten de tent vroren onze vinger er ongeveer meteen af. Het was bovendien nog erg vroeg, tien voor zeven. Dat helpt ook niet natuurlijk. We gooiden gauw alles in de auto en reden naar West Yellowstone, net buiten het park. In de Trotter stond The Running Bear Pancake Restaurant aanbevolen als sublieme ontbijtmogelijkheid en daar was geen letter van gelogen! Leuk ingericht,  huiselijke sfeer, prima bediening en veel verse koffie. Voor het eerst van mijn leven heb ik ’s morgens vroeg gebakken aardappelen gegeten, zoiets in elk geval. Hash browns zijn sliertjes gebakken aardappel, een soort rösti maar dan niet tot koekjes gevormd. Ik kreeg ze ongevraagd bij mijn roerei en heb ze zowaar bijna helemaal naar binnen gewerkt. Bert maakte het nog veel bonter: die begon de dag met Mex-Eggs: gebakken eieren met pepers, gesmolten kaas, ook hash browns en nog zowat ongebruikelijke ingrediënten voor bij het ontbijt. Toast en jam erbij en de dag kon beginnen!


The Running Bear
Bij het Visitor Centrum hebben we de laatste blog-verhalen gepost en een deel van de foto’s vast naar Picasa  geüpload. Niet allemaal, want het ging nogal traag. Ik ben er wel achter dat je met Picasa het aller-snelste foto’s kunt toevoegen aan je blog, maar misschien komt dat ook omdat ons blog net zoals Picasa van Google is. Iets van klantenbinding….
We zetten koers naar het zuidwesten. De Sawtooth Mountains en het op de route gelegen park Craters of the Moon waren ons volgende reisdoel. Het eerste deel van de route was niet bijster interessant, maar zodra we de 33 opdraaiden veranderde dat: we reden eindeloos lang door een landschap wat je halfwoestijn zou kunnen noemen. Op enkele plekken was sprake van enige bewoning en we vroegen ons af hoe het zou zijn om daar als kind op te groeien, in de middle of nowhere land. Dat moet niet makkelijk zijn. Omdat de verhalen over Craters of the Moon nogal wisselend waren op het AllesAmerika forum besloten we eerst een snelle blik te werpen vanuit een uitzichtpunt. Wat we zagen overtuigde ons direct. Stel je voor: een kampvuur aan het eind van de avond. De sintels die overblijven, de vormen van verbrand hout. Als je dat vermenigvuldigt met laten we zeggen 100.000 en het dan nog eens een keer of honderd uitvergroot heb je je een heel klein beetje een beeld van dit park. Alsof de goden zich uitgeleefd hebben met een immense barbecue….wij vonden het onwaarschijnlijk imponerend. Ik denk dat we er een paar uur doorgebracht hebben al met al. Het ligt een eind uit de meer gangbare routes, en of ik er voor om zou rijden weet ik niet, maar als het wél op je pad ligt vind ik het een niet te missen bezienswaardigheid. En mooi meegenomen: het is er ontzettend rustig.









Zover je oog reikt gestolde lavavelden

Lavagrot

Het was al een uur of vijf toen we er wegreden. We moesten dus nodig op zoek naar een overnachtingsplaats. In de buurt van Hailey, zo’n vijftig mijl verderop , hoopten we iets te kunnen vinden. Helaas…niets. Iets verderop, in Ketchum, leken de mogelijkheden wat groter. Het plaatsje, beroemd geworden door het verblijf van Hemingway, is met het nabijgelegen Sun Valley zo’n beetje de toegangspoort tot het Sawtooth gebergte. We reden door de goudgekleurde heuvels die eruitzagen alsof er met uiterste zorgvuldigheid mooi geplooide lappen stof overheen waren gelegd. Bert deed het denken aan de rimpels van te loshangend vel bij sommige hondenrassen. De toppen van een hooggebergte, maar dan zonder de basis.
De eerste camping die we tegenkwamen, in de buurt van Ketchum, liet geen tenten toe. We begonnen nu toch wel een beetje zenuwachtig te worden omdat we geen idee hadden of er überhaupt wel iets te vinden zou zijn. Motels hadden we ook nog niet gezien in deze zeer welvarende streek, een veeg teken. Bij een Visitor Informatie ben ik dus maar eens gaan vragen. De bebrilde dame achter de balie keek mij min of meer verwijtend  aan op mijn vraag naar campgrounds in de omgeving. ‘We don’t have campgrounds here, we have grounds were you can put a tent, if you are Lucky.  No water and no toilets’  zei ze streng. Ze omcirkelde op een kaartje de daar aangegeven tentjes en wenste mij veel succes. Na deze bemoedigende woorden, waarbij ze me ook nog even meedeelde dat er zeker géén andere overnachtingsmogelijkheden waren de eerste hondervijftig mijl, reden we verder. Tot onze grote vreugde was er echter acht mijl verderop, bij de ingang van het Sawtooth Forest, een camping met a. plaats; b. water en c. (pit)toiletten…..We stonden er zo vrij als een vogeltje, met een ruisend riviertje op de achtergrond. Kosten: $12. Bij de host kochten we hout, daar waren we alweer doorheen, en al snel zaten we bij ons knappend vuurtje bij te komen van deze wederom geweldige dag.



Riviertje vlakbij de tent

Een zogenaamd pit-toilet (komt in de grond uit)





Geen opmerkingen:

Een reactie posten