zondag 28 augustus 2011

Dag 37 - 23 augustus: van Boise naar Bend dag 2

Dag 37 –  dinsdag 23 augustus: Van Boise naar  Bend (dag 2)

Na de ochtendkoffie en het opbreken van de tent namen we afscheid van onze buren die ook alweer aan het inpakken waren. Gisteren waren ze uren bezig geweest  met het uitladen van grote kratten met voornamelijk eten, nu moest alles weer terug in de pick-up. Met een ferme handdruk zeiden we ze vaarwel en vertrokken we richting Painted Hills. Deze heuvels bestaan uit een speciale kleisoort, bentoniet geheten. Een van de eigenschappen hiervan is dat het zeer veel water op kan nemen en zich bovendien daar zo aan hecht dat het voor planten onmogelijk is daarin binnen te dringen. Door al dat opgenomen water zet de grond uit, en er ontstaat een popcornachtige structuur. Als het regent spoelt de bovenlaag weer weg wat het voor planten ook moeilijk maakt erin te wortelen. Zo is het een eeuwig durend proces van erosie. Deze erosie, waardoor er zo’n grofkorrelige structuur te zien is, zorgt er mede voor dat de heuvels er in het licht haast uitzien alsof er fluwelen dekens overheen gedrapeerd zijn.
Natuurlijk wilden we dat met eigen ogen aanschouwen. En we werden niet teleurgesteld! Steeds als wij denken dat het niet nog mooier kan is dat wel het geval. Dit was weer een levend voorbeeld daarvan. De foto’s geven een indruk, maar je moet het echt zelf gezien hebben om te begrijpen hoe allesomvattend indrukwekkend het is. Van Gogh is er niets bij, zei Bert. Wat een land!!
























Rond half twee besloten we onze ogen maar eens wat rust te gunnen. Honderden foto’s rijker reden we naar Bend om daar een camping te zoeken. Onderweg stopten we even bij een benzinestation voor een klein hapje. Toen we afrekenden vroeg de caissière – natuurlijk – waar we vandaan kwamen. Toen ze hoorde dat we uit Nederland kwamen en daar bovendien met ruim zestien miljoen mensen op een stukje grond ter grootte van een postzegel wonen, vergeleken met Amerika dan, werd ze helemaal enthousiast. Ze vroeg onze namen en stelde zichzelf voor, riep haar collega’s erbij om ze te vertellen dat wij “Burt en Séskia’ waren uit Holland. Leuke ontmoetingen heb je hier toch! We namen hartelijk afscheid, alsof we oude vrienden waren.
Na het bosachtige en daardoor enigszins besloten landschap openbaarden zich nu opeens hoge bergen met besneeuwde toppen: de drieduizenders  van de Cascade Range, een bergketen die parallel loopt aan de kust van Oregon. Als koningen torenden ze hoog boven het land uit. En zo val je van de ene verbazing in de andere…
Vlakbij Bend was er een aanwijzing naar een campground. We namen de bewuste afslag en raakten al snel het spoor bijster. Daar zijn ze hier tamelijk goed in: je een bepaalde kant opsturen en vervolgens niets meer laten weten. Dan maar naar het Visitor Centre, daar stond ook een aanduiding van langs de weg. Helaas….zelfde verhaal: drie borden en toen niets meer. We waren inmiddels al middenin het stadje terechtgekomen. Het zag er reuze gezellig uit, een beetje zoals we het vorig jaar ook in Santa Cruz zagen. Haast on-Amerikaans. Er was een bibliotheek dus daar maar eens gevraagd. We kregen een kaartje mee en werden verwezen naar het Old Mill district. Dat is een nieuw opgezet maar redelijk kleinschalig en niet overdekt winkelcentrum waar het prettig toeven is. Daar was ook een informatiecentrum en de dienstdoende medewerkster sleepte alle mogelijke informatie aan. Er waren twee campings, een in de stad en een enkele mijlen ten noorden ervan. We besloten eerst die in de stad te bekijken. Na ongeveer drie kwartier rondjes rijden hadden we hem gevonden, en ze hadden wel plaats voor een klein tentje. Mijn intuïtie zei me dat we beter eerst even konden gaan kijken naar de plek. We reden het terrein op en voelden ons er al enigszins ongemakkelijk bij. Overal vervallen stacaravans en campers, compleet met scheefhangende tuinkabouters die kennelijk ook moeite hadden zich staande te houden in deze setting. Bij een soort van toiletgebouwtje, net nog niet ingestort, was een héél klein stukje gras. Er tegenover was een congregatie van Belangrijke Campereigenaren aan het vergaderen, onder het genot van een flinke slok. Ze bekeken ons met gepast wantrouwen. Het vooruitzicht naast deze vaste gasten én de afvoer van de wc’s te kamperen leek ons toch niet zo’n goed idee. We verlieten dus spoorslags dit terrein en spoedden ons naar het andere. Dat was een kwartiertje rijden, viel qua afstand dus erg mee. We troffen een ruime, goed opgezette State Park Campground met veel wat kleinere plekken maar wij vonden er een waar de naaste buren zich op ongeveer 60 meter afstand bevonden. En….warme douches! Op zonne-energie. Kortom, direct de tent opgezet. Bij een Starbucksfiliaal in het nabijgelegen winkelcentrum deden we ons huiswerk: blog voeden en foto’s laden. Daarna bij de tent pannenkoeken gegeten en nog een hele tijd bij het kampvuur gezeten. Dat is toch zo bijzonder. Ik wilde dat men daar in Europa wat meer voorzieningen voor zou treffen op de kampeerterreinen.  De velg van een vrachtwagen voldoet al uitstekend en houdt het vuur binnen verantwoorde grenzen. Maar men zal er wel niet aanwillen vrees ik. Dus genieten we er hier maar optimaal van.
Het enige nadeel van het terrein – en eigenlijk dat van de twee daarvoor op rij ook – is het stof. Zand, om precies te zijn, maar het ziet eruit als stof. Alles voelt vies, wat je ook aanraakt. We zijn dan ook heel blij met ons plastic tafelkleedje zodat we in elk geval van een schoon bordje kunnen eten.

Morgen eerst Bend bekijken en dan door naar Crater Lake. Benieuwd wat dat ons brengen zal…..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten