zaterdag 28 juli 2012

Dag 11 - donderdag 26 juli: Black Hills - Cheyenne


(Bij dit bericht geen foto's. Sommige stukken tekst zijn opeens blauw tegen een witte achtergrond, dat krijgen we niet weg.)

Na een goede nachtrust werden we vroeg wakker. Dat krijg je als je met de kippen op stok gaat en half tien al aan de late kant is. Het eerste wat we deden was water opzetten voor de afwas die we al een paar dagen hadden moeten opsparen, eerst doordat we geen water konden koken vanwege de harde wind, en gisteren vanwege de regen. Nu waren  we van beide verlost. Omdat we niet veel spullen hebben waren we er in tien minuten mee klaar en konden we aan onze koffieverslaving toegeven. Brood roosteren ging ook weer een stuk sneller en de boter was in de koelbox keihard gebleven zodat we een prima ontbijt hadden.
Onder Custer SP ligt Wind Cave SP  waar, de naam zegt het al, een enorm grottenstelsel te vinden is. Dat trok ons echter niet zo, maar de bovengrondse natuur was prachtig. Opeens zagen we een heel stuk grond in beweging komen. Bij nadere beschouwing bleek het te gaan om grotbewoners, dat kun je natuurlijk ook verwachten in dit gebied, maar dan van klein formaat: honderden prairiedogs bevolkten het land! Overal staken ze hun kopjes uit de grond, keken rechtopzittend om zich heen of renden achter elkaar aan, heel grappig om te zien! Ze graven hun eigen ‘grotten’ en gangen, je zou er graag een kijkje nemen. Op een of andere manier doen ze heel huiselijk aan, je verwacht bijna dat ze onder de grond hun huisjes heel gezellig hebben ingericht met stoeltjes, tafeltjes en schalen vol zelfgebakken koekjes..
Na Wind Cave kwamen we in het plaatsje Hot Springs, met heel veel huizen opgetrokken uit rood zandsteen wat een heel warm effect geeft. Het was sowieso een leuk plaatsje dat zelfs haast Europees aandeed. Een vriendelijke meneer in het toeristenbureau legde ons uit waar de bibliotheek was, omdat we ons via internet van een kampeerplek in Estes Park (Rocky Mountains) wilden verzekeren. De bibliotheek was gehuisvest in een nieuw, houten gebouw. Van binnen smaakvol ingericht en voorzien van alle noodzakelijke elektronica. Het lukte ons om voor morgen een kampeerplek te veroveren op de Moraine campground. We lunchten bij de plaatselijke Bakery, en hier waren de porties van onze sandwiches nu eens normaal van formaat. Ik dronk er ijsthee bij, en dan niet die limonadeachtige versie die wij kennen, maar gewoon ijskoude ongezoete thee, zoals het hoort. Erg lekker! Bert vindt dat maar een waterig slap brouwsel dus die hield het bij koffie. Apart trouwens, als je een broodje bestelt krijg je er altijd iets bij, zit bij de prijs in. Dus smulde Bert van chicken-noodle soup en had ik een heerlijke huisgemaakte aardappelsalade (als je je afvraagt waarom ik voor het ene gerecht de Engelse benaming aanhoud en voor het andere de Nederlandse: kippen-noedel soep vind ik niet klinken, en potato-salad niet passend).
Nadat we drie keer verkeerd waren gereden vonden we de goede weg richting Cheyenne waar we in de buurt wilden overnachten. Onderweg kwamen we verscheidene keren wegwerkzaamheden tegen. Die worden hier al mijlen van tevoren aangekondigd, en net als je denkt dat er niets meer komt moet je vol in de remmen omdat er een man met een stopbord voor je opdoemt.
In Cheyenne reden we vlot naar de campground. Een echte, aardig volgebouwde stadscamping.
Waar we geen rekening mee hadden gehouden was dat er een heel groot tiendaags festival aan de gang was, de zogenaaamde Frontier Days. Een echt cowboygebeuren, met rodeo’s, parades en concerten. Omdat dit mensen uit heel Amerika trok was de camping vol, behalve nog net één plaatsje voor onze tent. Mazzel!
Terwijl ik in de receptie stond om de formaliteiten te vervullen kwam er opeens een stel mannen binnen waarvan de één een hoofd gelijk een tomaat had, echt zo rond en rood, en de ander een wat onguur uiterlijk met ratachtige trekjes, voorzien van twee ver uitstekende piercings door zijn onderlip zodat intiem zoenen bij voorbaat uitgesloten was. Niet dat ik die behoefte ook maar enigszins voelde.
De tomaat vroeg, geagiteerd, naar de manager. ‘Dat ben ik op het moment’ zei het achttienjarig meisje achter de balie. En toen kwam er een niet te stuiten woordenstroom uit zijn mond, waarvan vooral ‘it’s not my fault’ veelvuldig gebezigd werd. Anti-zoen stond er werkloos bij toe te zien. Ze werden door de zeer capabele manager naar buiten gestuurd, waar ze opgevangen werden door iemand anders van de camping. Pfff….blij dat die niet naast me staan, denk je dan. Mis. We werden naar onze plaats gebracht, die ons heel goed beviel behalve dan het ontbreken van een picknicktafel, die echter direct vanaf een andere plaats aangesleept werd. Opeens arriveerden Tomaat  en Anti-zoen, die twee plekken van ons vandaan bleken te staan. Bij aankomst hadden we al gezien dat de familie Flodder er ook was en deze heren hoorden daar bij. Vrijwel direct begonnen ze onze buren uit de dagen en tegen ze te schreeuwen, dat wil zeggen, Tomaat schreeuwde en Anti-zoen begon zich zó op te winden dat hij ging hyperventileren. Strak van de spanning snuifde hij als een stier die zich klaarmaakt om aan te vallen. Intussen waren er twee medewerkers van de camping aangekomen, en een ervan riep mij toe dat we ons geen zorgen hoefden te maken, ze zouden het allemaal regelen. Ongeveer een minuut later reed de sheriff het terrein op. Wij (vooral ik) vonden de situatie niet meer zo heel prettig, en we besloten eerst de was maar eens te gaan doen. Dat nam wel even tijd en bij terugkomst was alles rustig. Tomaat, Anti-zoen en de andere Floddertjes waren van het terrein verwijderd hoorden we even later. We konden dus in alle rust ons maaltje koken en met meer plezier dan anders sneden we de tomaten doormidden, waarna we ze met smaak opgepeuzeld hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten