donderdag 16 augustus 2012

Dag 29 – maandag 13 augustus: Grand Canyon – Page


Stel, je wilt naar een campground waarvan je weet dat er geen greintje schaduw is bij de tentplekken en dat de gemiddelde temperatuur oploopt tot 45°C, wat doe je dan? Dan plan je je programma zo dat je er pas aankomt als de zon al bijna onder is. Dus dat deden we.
Als eerste stond vandaag de oostelijke kant van de South Rim op het programma. Dat lag op de route naar Page, ons reisdoel van vandaag. En ook al heb je die Grand Canyon al zo vaak gezien, elke keer opnieuw word je weer getroffen door het enorme ansichtkaartgehalte. De laatste stop op die South Rim was de uitkijktoren bij de Desert View. Twee jaar geleden konden we die toren vanaf de North Rim zien en nu mochten we hem van dichtbij bewonderen. Daarbij omgeven door een stuk of zeshonderd Japanners. Met enig ellebogenwerk slaagden we er toch in de bovenste trans te bereiken en daar konden we genieten van een fenomenaal uitzicht dat overigens niet veel verschilde met het uitzicht vanaf de begane grond. De toren zelf is een plaatje om te zien. In 1933 werd hij door Mary Colter gebouwd en de  Hopischilderingen op de binnenmuren zijn de moeite waard.




Smileys van voor het internettijdperk?



De route naar Page was óók alweer prachtig. Vooral het stuk waarbij je tussen de rode rotsen door naar Page, of eigenlijk Lake Powell rijdt zorgde voor veel oponthoud vanwege de enorme hoeveelheid kodakmomenten (een generatie verder en niemand weet meer wat dat is).


Beeld bij het Visitor Centre

De stuwdam bij Lake Powell


Bij het Visitor Centre haalden we wat informatie over de Antilope Canyon die we wilden bezoeken en daarna zochten we een kampeerplek. In eerste instantie reden we naar Lone Rock, waar je voor een habbekrats kunt kamperen. Daar stonden allemaal campers aan de waterkant maar geen tent te bekennen. Bij de ingang van het park waren we al door de Ranger gewaarschuwd niet in het zand te gaan rijden, daar zouden we niet meer uitkomen met onze auto. Dat betekende dat we a. alle spullen een kilometer moesten sjouwen en b.  de auto op de parkeerplaats achter moesten laten. Niet zo’n goed idee. Dus zochten we ons heil een paar mijl verderop, of liever gezegd terug, want dichterbij Page. De Wahweapcampground was prachtig gelegen en er was meer dan genoeg plaats. De drie Indiaansen die de balie bemanden, of is bevrouwden hier misschien beter op zijn plaats, waren echter meester in onvriendelijkheid. Een van hen schoof mij een papiertje toe en baste nors: invullen! Een ander nam het aan, maar toen ik vroeg of we zelf een plaatsje mochten uitzoeken en dat dan later doorgeven gaf ze in niet mis te verstane bewoordingen te kennen dat dáár niets van in kon komen. Alleen als we echt heel ontevreden waren over de plek mochten we terugkomen. Nou, dat laat je wel uit je hoofd kan ik je vertellen. De plek was geweldig. We stonden in het zand, met uitzicht op het meer en de bergen aan de overkant van het water.  De sanitairblokken waren in kashbastijl gebouwd, van warmgele zandsteen, en brandschoon. ’s Avonds werden ze heel sfeervol verlicht en met de bomen eromheen leek het wel een sprookje uit duizend-en-een-nacht! 


Prachtig uitzicht, jammer van het gebouw op de voorgrond.




Op de heenweg waren we erin geslaagd bij de WalMart in Page onze wijnvoorraad aan te vullen  met bijbehorende geitenkaasjes voor de laatse kampeerweek. Ook haalden we er fruit en vlees. Ons sprookjesmaal bestond  uit sla, puree met kaas, steak met in boter gesmoorde champignons. Allemaal op één gaspitje gemaakt. We bleven in het donker nog een tijdje zitten, genietend van de warme zomeravond. Wat een vakantie!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten