dinsdag 28 augustus 2012

Dag 39 – donderdag 23 augustus: Chicago


Een van de dingen die we zo leuk vinden hier in Amerika is de muziek. Volgens mij heb ik er een van de vorige jaren ook al iets over geschreven, maar het valt steeds weer op: eigentijdse popmuziek hoor je nauwelijks, die uit de jaren 60 en 70 des te meer. Eeuwigheidswaarde! Ook hier in Chicago, toch een uiterst moderne stad worden de muzikale vitamientjes-van-vroeger je niet onthouden.

Vandaag stonden we wat later op. Waar we bij het kamperen steeds vroeg naar bed gingen en vroeg op waren hadden we nu in een paar dagen ons ritme al zo verschoven dat we niet meer vanzelf om zes uur klaarwakker werden maar met gemak tot acht uur door konden slapen. Consequentie was wel dat we de Greetertour van 11.30 niet haalden maar die van 13.00 namen. Het was op intekening, zonder reservering. Wij waren de eersten en het zag er enige tijd naar uit dat dit zo zou blijven tot er vlak voor één uur meer mensen binnenliepen. Uiteindelijk waren we met z’n tienen. Twee jongens uit Duitsland, een stel uit Canada en voor de rest rechtgeaarde Amerikanen uit andere delen van het land.
Onze rondleider kwam iets over enen binnenwervelen en nam ons direct mee naar buiten. Hij stelde  zich voor als Paul, in het dagelijks leven tandarts. Donderdag was zijn vrije dag en dus een goede reden voor vrijwilligerswerk. Dat is een van de grote wezenlijke verschillen met ons land: de manier waarop men zich inzet voor maatschappelijke gerelateerde doelen. Hier hebben ze er echt geen maatschappelijke stage voor nodig om de mensen ervan te doordringen dat het zinvol is iets voor de medemens te doen. 

Paul geeft uitleg over het geluidsstysteem
Paul was van Zweedse komaf, en behalve zijn werk als Greeter deed hij ook nog veel voor de Zweedse gemeenschap in Chicago, samen met zijn vrouw.
Hij barstte uit in een spraakwaterval die uiteindelijk tweeënhalf uur zou duren, maar niet in de negatieve zin van het woord. Hij wist ontzettend veel te vertellen en wel op zo’n manier dat we aan zijn lippen hingen en als hondjes achter hem aan liepen om maar geen woord te hoeven missen. Het bleek maar weer eens: met meer informatie kijk je met andere ogen. Niets nieuws onder de zon natuurlijk, dat is tenslotte het doel van educatie.
Het voert te ver om alles wat we gehoord hebben hier weer te geven, dan kun je er beter zelf eens naar toe gaan. Ik hou me dus bij wat hoogtepunten uit het verhaal.
Het Milleniumpark is ontstaan uit de behoefte een statement te maken rond de eeuwwisseling van 20e naar 21e eeuw. Zoals gebruikelijk in Amerika is er eerst een plan ontwikkeld waarna er bij het bedrijfsleven gelobbyd werd om de financiering rond te krijgen. Dat lukte, er zijn verscheidene grote geldschieters gevonden die de meerwaarde van een park voor alle inwoners van de stad wel zagen zitten. En dat is het inderdaad geworden: een plek waar iedereen wel iets kan vinden. Zoek je rust, ga je de Luriegarden in. Geheel samengesteld uit inheemse (uit Illinois) prairieplanten en ontworpen door een....jawel...Nederlander! Piet Oudolf is de naam. Voor de liefhebber hier de link naar de site van de tuin: 
http://www.luriegarden.org Wil je vermaak met je kinderen of kleinkinderen zoek je het Crown Fountain op, ontworpen door de spanjaard Jaume Plensa. 




Muziekliefhebbers kunnen hun hart ophalen in het Pritzker Pavillion, waar in de zomer bijna dagelijks concerten worden gegeven. Allemaal gratis toegankelijk.


 Als je donateur wordt van het theater mag je op een stoel zitten maar wil je dat niet is ook het grasveld een uitstekende plek. Door een ingenieus luidsprekersysteem hoor je het geluid overal haarscherp, dit in tegenstelling tot de meer gebruikelijke opstelling waarbij er grote geluidstorens aan weerszijden van het podium staan. Dan word je weggeblazen door het lawaai terwijl je verderop te weinig hoort. 
Wil je wel verkoeling op een warme dag maar geen kindergeschreeuw, vlei je dan neer op de vlonders bij de Lurie Garden en laat lekker je voeten in het water bungelen.

Behoefte aan culturele voeding? Ga naar het museum voor moderne kunst, aan de rand van het park. Loop erheen via de door Renzo Piano ontworpen brug. 
Vind je die niet mooi? Laat je dan meevoeren over de brug van Frank Gehry, die meandert van het theater naar de andere kant van het park.



Liever iets meer in beweging? Er is een fietsenstalling waar je niet alleen fietsen kunt huren maar ook je eigen fiets kunt stallen. 
En dat niet alleen: er zijn douches en kluisjes zodat je na je inspanningen je kloffie kunt omwisselen voor je avondkleding. Kun je direct door naar het uitgaansleven.
Natuurlijk is er een horecagelegenheid die ’s winters omgebouwd wordt tot ijsbaan.
Onder de grond van al dit moois bevindt zich een netwerk van wegen. Ook vind je er het Harris Theater, daar geplaatst vanuit de gedachte dat je er geen ramen nodig hebt. De zaal ligt zeven verdiepingen lager dan het park!
De gemeente Groningen moet maar eens gaan kijken. Misschien dat ze dan nog wat kunnen wijzigen in hun plannen voor het Groninger Forum en meer inspelen op de behoefte van de inwoners in plaats van het megalomane project dat het nu dreigt te worden. Maar nu begeef ik me op gevaarlijk terrein. En je kunt de situatie hier natuurlijk ook niet vergelijken met die in Amerika, waar er geen cent gemeenschapsgeld in gaat zitten.
Na de rondleiding hebben we wat gedronken en nog wat rondgelopen in de omliggende straten. 










Om zes uur pakten we de metro, mooi op tijd om naar Evanston te gaan. Dat is een voorstadje waar Lindsay het recital zou geven. Om tien over zeven waren we ter plekke, bij hotel North Shore. Dat liet ons nog net tijd om in de tapasbar naast het hotel onze dorst te lessen want die was hevig. De barman maakte voor mij een tinto de verano waarvoor hij wel even in zijn geheugen moest graven: wat was dat ook alweer? Maar we kwamen eruit, en het was heerlijk. (tinto de verano is rode wijn met spa rood en citroen, wordt in Spanje veel gedronken en is zeer verfrissend).

Iets voor half acht liepen we het hotel binnen voor het concert. Tot onze verrassing was het een hotel voor rijke mensen ‘of a certain age’, allemaal ruim de honderd gepasseerd. We voelden ons op slag weer twintig! Of zouden ze ons uitgenodigd hebben omdat ze ons er qua leeftijd wel bij vonden passen?? Hoe dan ook, er zaten slechts een stuk of vijftien toehoorders in de enorme zaal, een soort balzaal uit de tijd van Lodewijk de Veertiende. Nou ja, veel bal was het niet natuurlijk. De meeste mensen konden alleen maar lopen met hulpmiddelen die dan ook in soorten en maten aanwezig waren. En er stond een vleugel klaar.
Wat bleek: Lindsay en haar vriendin Chelsea waren professionele operazangeressen, en we werden getrakteerd op een zeer gevarieerd programma van onder andere Poulenc, De Falla en een schitterend duet uit de opera Norma van Bellini. Niks dijenkletsers dus! 



Gefortuneerde ouderen mogen genieten van culturele activiteiten in deze prachtige zaal...het kost vast wat, maar dan heb je ook wat!

In het programma van anderhalf uur zat een korte pauze. Na die pauze waren we nog maar met z’n tienen….Nu was het ook geen makkelijke muziek, op Norma na dan. Niet echt iets wat ik voor deze doelgroep uitgekozen zou hebben. Maar ja. Na afloop was er iets te eten en te drinken, we maakten kennis met de ouders van Lindsay en spraken een tijd met de pianiste. Zij kwam oorspronkelijk uit Letland maar woonde al zeventien jaar hier. Leuke vrouw!
Omdat we nog niet veel gegeten hadden liepen we daarna maar weer de tapasbar binnen (waar de barman al klaar stond met de tinto de verano) en deden ons te goed aan calamares en croquetas. Niet helemaal zoals je ze in Spanje krijgt, maar toch goede vervangers.
En zo hadden we een fantastische afsluiting van een dito dag. Het kan niet op!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten