vrijdag 19 juli 2013

Dag 11 - 17 juli: Capitol Reef - Farmington

Dag 11 – woensdag 17 juli: Capitol Reef – Farmington

Allebei waren we niet lekker vanmorgen. Daar was het eten van gisteren duidelijk debet aan. Of er iets bedorven is geweest, of dat het toch een kwestie was van zulke uitgesproken smaken bij elkaar, dat was niet duidelijk maar de koffie smaakte in elk geval niet. In ontbijt hadden we al helemáál geen trek.
Toch maar op pad natuurlijk, de rol biscuitjes uit Nederland binnen handbereik. Het begin van de route, naar Hanksville, hadden we al twee keer eerder gereden maar steeds in omgekeerde volgorde. Nu zagen we het landschap weer heel anders, ook door de lichtval: avondlicht geeft andere schaduwen dan ochtendlicht. Ondanks onze fysieke malaise genoten we met volle teugen. Zo kregen we toch iets in onze maag! Wat wil je ook, de meest betoverende landschappen en kleuren. We waanden ons op Mars door al dat rode gesteente.
Op ons lijstje stond ook de winkel in Cainville, waar uitsluitend streekproducten van hoge kwaliteit verkocht worden. We waren er al eens langs gereden maar niet naar binnen gegaan. Toen we het bordje Hanksville zagen wisten we dat we het gemist hadden, zeker net even de verkeerde kant op gekeken. Nou ja, onze magen waren al zo goed gevuld met kodakplaatjes, het was geen ramp om nog geen inkopen te doen.
In Hanksville mochten we getuige zijn van een uniek voorval. Voor de wc in het tankstation stond een lange rij. Op zich niets bijzonders. Maar….het waren dit keer de MANNEN die moesten wachten! En ze keken er behoorlijk ongemakkelijk bij. Eindelijk gerechtigheid!
Vanuit Hanksville reden we richting Monument Valley (MV). Je komt dan onder andere langs de Glen Canyon en Lake Powell, goed voor vele stopmomenten.
 









Tijdens één van die stops troffen we een Nederlands stel, dat net weer van ándere passanten gehoord had dat ze €200 p.p. betaald hadden om in een jeep MV door te crossen. Waarschijnlijk vanuit Nederland geboekt via een organisatie. Voor een paar dollar koop je een toegangskaartje en kun je zelf rijden….

We maakten een lange tussenstop in Natural Bridges National Park. We overwogen zelfs om onze tent daar op te slaan, het was een kleine, rustige campground. Weliswaar zonder water, maar dat hebben we altijd in ruime mate zelf bij ons en bovendien mocht je maximaal vijf gallon halen bij het Visitor Centre. Uiteindelijk hebben we het toch niet gedaan, het was pas één uur, heel warm en we waren het park al rond geweest. 






We vonden het mooi, maar eerlijk gezegd veel minder indrukwekkend dan wat we onderweg al gezien hadden. Of een park als Arches, om maar wat te noemen. Maar als je in geologie geïnteresseerd bent is het ongetwijfeld meer dan de moeite waard.
We reden verder, de onnavolgbaar mooie Highway 24 met op het laatst een behoorlijk steile afdaling over gravel. Je mocht dan ook niet harder rijden dan 15 m per uur. De auto, hoewel een automaat, beschikt daarvoor over een Manual stand zodat je met een druk op de + dan wel – knop beschaafd naar beneden komt. Eitje!




Ons doel was echter niet MV, maar Valley of the Gods. Dat is een soort MV in het klein, gratis en niet toeristisch. Jammer alleen dat ze met de weg aan het werk waren waardoor we de afslag misten. Toen maar vanaf de andere kant geprobeerd, maar daar stuitten we al direct op een flinke plas water in de dirtroad. En aangezien we 4-Wheel Drive noch All Wheel Drive hebben durfden we het niet  aan. Heel jammer. Maar vastzitten in de modder is ook zo wat.
Achteraf hadden we natuurlijk hout onder de wielen kunnen leggen, in voorkomend geval, maar toen stond de tent al mijlen verderop. We zijn namelijk doorgereden naar Farmington, in de veronderstelling daar wel een campground te kunnen vinden. Vanaf Shiprock (een enorme, hoog boven het landschap uittorende rots heet Shiprock, vandaar) dat zo’n mijl of 25 voor Farmington ligt waren we al begonnen met uitkijken naar aankondigingen. He-le-maal niets. Wel enorm veel bebouwing, in Amerikaanse zin dan: bedrijven op elk mogelijk vlak, al dan niet gesloten of for sale. Dat ging zo door tot ver na Farmington en gaf een zeer desolate en armoedige indruk. Bij een benzinestation maar eens gevraagd. Campground? Hier? Nee, nooit van gehoord. Een dronken indiaan met één tand wist echter zeker dat er wel iets was, een eindje verderop. Maar ik denk niet dat hij en wij dezelfde ideeën daarover hadden. Eén van de medewerkers pakte behulpzaam het telefoonboek en zowaar, in Bloomfield, veertien mijl verderop. En we zaten er inmiddels aardig doorheen, het was een lange dag geweest met heel veel indrukken.
We hadden een hotel kunnen nemen maar wilden het nog één kans geven. Dus op naar Bloomfield. Niets. Ja, een paar uit elkaar vallende caravans op een parkeerplaats. Terug dus maar weer, op naar het Super 8 motel dat we onderweg gezien hadden. Zag er ook niet zo aanlokkelijk uit, maar ja. Opeens zag ik een Ranger Station. Even vragen. Een hele vriendelijke indiaan stond me te woord en gaf DRIE, ja echt DRIE adressen van campgrounds. De eerste, Desert Rose, was vlakbij, en ook de meest luxe want met een douche! Die hadden we in vier dagen niet gehad, dus meteen erheen. Hoewel de receptie al dicht was stond een alleraardigste mevrouw ons te woord en jazeker, ze hadden ook tentplaatsen!  We mochten kiezen. Het gekke is, eerst denk je ‘het is niks, wat een ouwe rommel’, maar dan staat je tentje, je schenkt een glaasje in (onze ingewanden waren helemaal tot rust gekomen met dank aan Maria en haar biscuitje) en het voelt als …thuis!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten