maandag 12 augustus 2013

Dag 33 – 8 augustus: June Lake – King’s Canyon

Dag 33 – donderdag 8 augustus: June Lake – King’s Canyon

Twee mokken koffie, een geroosterde verse Engelse muffin met jam, roerei met hashbrowns (knapperig gebakken rösti) en dat zelfs twee keer opgeschept, een bak vers fruit. Dat at ik allemaal op. Een hele prestatie voor iemand die ’s morgens normaal gesproken geen hap door de keel krijgt. Maar als de temperatuur ’s nachts tot net boven het vriespunt daalt krijg je vanzelf trek in een stevig maal.
 Om zeven uur reden we weg. Het zou een lange rit worden: door Yosemite naar King’s Canyon. Hemelsbreed lag het niet ver af van Lone Pine, waar we gisterochtend vertrokken waren, maar omdat je helemaal om de bergen van de Sierra Nevada heen moet rijden kost het veel tijd. Je kunt ook onderlangs rijden, maar wij vonden het leuker om nog een keer de Tiogapas – oostelijke toegang tot Yosemite - te rijden. En een ontbijt bij White Wolf, een eindje verder in het park, was ook aantrekkelijk. We gooiden in June Lake nog even de tank vol. In de parken is de benzine vaak een dollar per gallon duurder. Om half negen zaten we, zoals gepland, aan de koffie. Het leuke van White Wolf is dat je gewoon aanschuift tussen alle wandelaars en bergbeklimmers, je pakt wat je hebben wilt en naderhand komt iemand vanzelf met de rekening. Het geheel heeft de uitstraling van een hut hoog in de bergen, en dat is het in feite ook. Alleen kun je er ook met de auto komen, dat is wel een verschil. Het ligt echter een beetje van de weg af, en net niet in het meest toeristische gedeelte.
Goed gevoed en gelaafd reden we een uurtje later weer weg. Het ging heel vlot ondanks de drukte, want een druk bezocht park is en blijft het. Dat vinden we er toch echt minder leuk aan. In file  door de bergen rijden is sowieso geen hobby van ons. Om half twaalf reden we Yosemite weer uit. Onderweg kochten we nog wat fruit, zo van de boom.

Via Fresno naar Kings Canyon ging ook erg vlot, en om half drie konden we onze tent opzetten op de Azalea CG bij Grant Village. De campground is groot en hier en daar redelijk vol, maar wij vonden een hele mooie, zeer ruime plek van waaruit we bijna niemand zagen. Onder de sequoia’s. 

Het enige nadeel hier was de stoffige bosgrond zodat onze voeten al gauw pikzwart waren en mijn slippers grijs zagen in plaats van gezellig roze. Maar je moet er wat voor over hebben en ach, het is maar stof.
Het Kings Canyon National Forest is onderdeel van een heel groot beschermd gebied in de Sierra Nevada, dat behalve dit deel bestaat uit het Sequoia National Forest en het Sequoia National Park. De Sierra Nevada, dat wil zeggen, de Amerikaanse versie want er is er natuurlijk ook een in Spanje, bestrijkt een gebied dat groter is dan de hele Europese Alpen.
Omdat we tijd genoeg hadden liepen we eerst naar het Visitor Center en daarna door naar Generaal Grant, een enorme sequoia. We hadden al vaker Redwood sequoia’s gezien, in het Redwood NP langs de kust van Oregon, maar de soort die je hier ziet is toch weer anders. Ze worden iets minder hoog maar wel dikker van stam. Ze groeien relatief snel: in zeshonderd jaar van zaadje tot volwaardige boom van enorme omvang. Als ze dan niet geveld worden door een of andere ziekte, of natuurgeweld, kunnen ze de respectabele leeftijd van 3200 jaar bereiken.



Hou 'm tegen! Hou 'm tegen! ;)


Na deze wandeling hoefden we alleen nog maar een vuurtje te maken en eten te koken. Dat deden we deels op het vuur in onze nieuwe pan-met-gaatjes. Tomaten en uien erop, peper en zout erover en smullen maar! 


1 opmerking:

  1. Hallo Bert en Saskia...

    Ik ben zelf geen kampeerder en wij pakken meestal hotels\motels op onze reizen.... maar als ik jullie verhalen zo lees wordt ik bijna enthousiast om het ook een keer te proberen :-).... Vooral de aparte plekker waar je nu wel komt, die zie je niet in een Motel. Ook de manier van schrijven is erg leuk :-).... Dankzij je verhalen krijg ik ook weer de USA kriebels.... :-)

    Gr Ron

    BeantwoordenVerwijderen