woensdag 14 augustus 2013

Dag 36 –11 augustus: Kings Canyon – Sequoia National Park

Dag 36 – zondag 11 augustus: Kings Canyon – Sequoia National Park

Het verschil tussen een camping en een campground: op een campground heb je de beschikking over een stukje grond waar je je tent op mag zetten. Je hebt het gevoel veel ruimte en privacy te hebben. Op een camping sta je met z’n allen dicht op elkaar (meestal), met zeer weinig privacy.
Natuurlijk is dit allemaal onzin, het is onze eigen interpretatie. Maar het geeft wel een beetje aan hoe we de kampeerterreinen voor onszelf classificeren. Azalea was een beetje een mengvorm, alleen hadden wij het geluk van een hele ruime en vrije plaats.
Vanmorgen braken we vroeg op. We zouden naar Lodgepole rijden in Sequioa NP om van daaruit het park te verkennen. Lodgepole ligt net als Grant Grove hoog en dat gold ook voor de gelijknamige  campground. Om half elf stonden we bij de ingang bordje ‘Full’. We weten inmiddels dat je je daar niets van aan moet trekken en vroegen dus naar een tentplaats. O, geen probleem hoor. Even kijken, ja, nummer 201 is nog vrij. $20 graag en veel plezier! Goed, wij op zoek. Het bleek een echte camping te zijn. Vol, heel vol. En erg dicht op elkaar, zeker voor Amerikaanse begrippen. Na enig zoeken vonden we nummer 201. Leuk gelegen, op drie vierkante meter zand met asfaltweg rondom. En tot overmaat van ramp aan weerszijden geflankeerd door de generatoren van de buren die een wedstrijdje ‘wie maakt de meeste herrie’ deden. Kortom, dat zagen we niet zitten. Dus maar een andere plaats gevraagd. Nummer 181 was ook nog vrij. Dat was een stuk beter. Toch bleven we het gevoel houden dat iedereen kon zien wat we aten. Rondom ons stonden kampementen van enorm grote Spaanstalige families die een beetje de indruk gaven banden te hebben met de Mexicaanse drugsmaffia. Dat was waarschijnlijk in het geheel niet het geval, maar toch.
Omdat we de hele dag op pad gingen hadden we er niet veel last van. Eerst reden we naar de grootste  boom ter wereld, de Generaal Sherman Tree. Net als de Generaal Grant Tree vernoemd naar een bevelhebber uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Het was er erg druk. Mensen van allerlei nationaliteiten waren gekomen om deze beroemde boom te zien. We begaven ons dus in de tredmolen tussen Sikhs, Japanners, geheel in grote gewaden gewikkelde Indiase vrouwen, Mexicanen en Indonesisch doch Nederlands sprekende mensen. Dat was wel bijzonder. De boom zelf was groot, natuurlijk, en er was alles aan gedaan om je dat te laten invoelen.  Zo had men de omtrek van de boom onder aan de stam in stenen uitgezet als een terras. Dan zag je pas goed hoe enorm hij aan de voet was. 

(deel van de) omtrek van de boom in stenen uitgezet
Ook was er een fotoplek gecreëerd vanwaar je hem in zijn geheel op de foto kon zetten. Helaas was de kruin afgestorven, dat deed wel afbreuk aan het geheel.





De wandeling naar de boom toe voerde over een pad dat niet lang was maar waarbij je wel sterk af moest dalen. En daarna weer terug omhoog.  Er waren dan ook overal bankjes neergezet zodat je naar adem kon happen, indien nodig. Dat hoefden wij gelukkig niet, genoeg conditie dus. Voor gehandicapten was er wel een parkeervoorziening onderaan zodat die zonder dalen en klimmen de boom konden bewonderen.
We lieten de auto op de parkeerplaats staan en namen de shuttle eerst naar Morro Rock en daarna naar Crescent Meadows. Met je eigen auto mocht je daar in de weekenden niet naar toe. De eerste halte was bij de gehandicaptenparkeerplaats voor Sherman Tree, onderaan de berg. En wat denk je: iedereen stapte daar in! Luilakken allemaal zeg. Maar boontje komt om zijn loontje: wij hadden zitplaatsen in de bus, zij moesten staan.
Morro Rock is een enorm hoge, eenzame rots: een dome. Je moest 350 treden op om boven te komen, dat is een flinke klim. We begonnen voortvarend. Halverwege sloeg mijn hoogtevrees echter onbarmhartig toe. De ervaring heeft me geleerd dat ik daar beter dan maar direct aan toe kan geven, de neiging om mezelf in de afgrond te storten wordt namelijk bij elke stap groter. (Heeft niets met suïcidale neigingen te maken maar is een kenmerk van hoogtevrees. Ik las ooit ergens dat hoogtevrees één van de twee angsten is die je niet kunt overwinnen. Wat de andere was ben ik vergeten, daar heb ik dus kennelijk geen last van.) Bert is alleen verder gegaan en vertelde dat het goed was dat ik niet mee was gegaan. Je staat echt helemaal bovenop, weliswaar tussen twee open relingen maar verder helemaal niets dan lucht. En schitterend uitzicht! Dat kon ik dan weer van de foto’s zien.






Crescent Meadows had voor ons een verrassing in petto. De hele vakantie hadden we nauwelijks wild gezien, in tegenstelling tot andere jaren. Ja, een paar verdwaalde herten en wat bisons, maar niet spectaculair (hoezo blasé!). Nu liep er gewoon een beer, op aai-afstand! Doodgemoedereerd vrat hij zich vol voor onze neus, eerst in het kleurrijke weiland en daarna in het bos er tegenover. Alsof wij niet bestonden. Dat is toch wel heel speciaal.




We bekeken het gescharrel van Bruintje een tijdje en liepen toen nog een eind verder om weer terug te komen bij de shuttle. Dat voelde wel een beetje unheimisch zo met z’n tweeën. Want hoewel de beren over het algemeen niet in jou geïnteresseerd zijn kan er toch altijd iets gebeuren dat hun agressie oproept, daarom is het advies om met minstens vier personen te lopen en veel te praten onderweg. Opletten was dus het devies. Maar het bleef bij die ene beer. Althans, wij zágen er niet meer. Maar dat kon ook komen door ons oeverloos geouwehoer…..


Terug bij de camping deden we de was, namen een douche en stookten ons vuurtje. Daarbij nauwkeurig gadegeslagen door Pablo Escobar en consorten. Even later verdween de hele troep en konden we onbespied verder koken. Wij namen de taak over en bespieden op onze beurt een stel Chinezen die een gevaarlijk  hoog vuur hadden gemaakt. Gelukkig kregen ze dat weer in de hand zodat uiteindelijk iedereen rustig kon gaan slapen.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten