zondag 25 september 2016

Donderdag 22 september–dag 31: Colorado Springs–Crested Butte


Dat er in de 19e eeuw veel goudzoekers naar Amerkia kwamen is bekend. Dat velen van hen berooid van deze tochten terugkwamen ook. Onbegrijpelijk, want het goud ligt hier echt voor het oprapen. Wij haalden het tenminste met handenvol binnen. Figuurlijk dan. De bomen op de hellingen op weg naar Crested Butte waren werkelijk allemaal van puur goud.
    
We reden via Highway 24 naar Buena Vista waar ze ons bij de Coffee Brown Dog van een uitstekende kop koffie voorzagen. Van afstand leken de bergen gespikkeld doordat het goudgeel van de loofbomen sterk afstak tegen het groen van de groenblijvende naaldbomen. Sprookjesachtig mooi, de intensiteit van de herfstkleuren lijkt veel groter dan we het ooit in Europa gezien hebben. Voornamelijk geel nog, hier en daar al met een lichte neiging naar rood. En dan ook nog zoveel geluk met het weer! We moesten dan ook weer vaak stoppen om foto’s te maken en alles goed in ons op te nemen. Op de foto's komt het lang niet zo goed over maar we doen een poging:

P1070663 DSC03498 DSC03510

Wat het niet zo prettig rijden maakte waren de fietsers die we onderweg moesten passeren. Er was een groep meiden uit een busje gezet, duidelijk vrij onervaren op de fiets, en die mochten bergafwaarts. Op deze smalle weg, met een hoogstens 50 cm. brede strook ernaast waar zij het stuur recht moesten zien te houden. Wat de meestenn niet lukte, die slingerde van links naar rechts over de streep. Aangezien het ook nog een tweebaansweg betrof was het voor de automobilisten af en toe een hachelijke onderneming. Vooral als er net na de bocht weer een tweewieler opdook en er tegelijk een tegenligger vanaf de andere kant kwam. Dan kon je niet anders doen dan vol in de remmen, wat ook weer gevaarlijk was. Een eind verderop zagen we dat ze bezig waren met de aanleg van een echt fietspad, enkele meters naast de autoweg. Kennelijk is het een bekend probleem hier.

Na Buena Vista doken we de 306 op, de weg over de Cottonwood Pass. Het valt niet te beschrijven, zó mooi was dat. Op de pas zelf konden we, ondanks enkele wolkenvelden, heel ver kijken naar de hoge besneeuwde bergtoppen (boven de 4000 m). 
Na het hoogste punt, waar ook de Continental Divide* loopt, reden we verder naar Crested Butte over een onverharde maar heel goede weg. Langs Taylor Lake, ook alweer zo prachtig. In de buurt van Crested Butte veranderde het landschap en was het een groot kleurenfeest. Overal om ons heen die gouden gloed…..

* De Continental Divide is een bergketen dwars door Amerika die fungeert als waterscheiding. Aan de oostkant lopen de rivieren naar de Atlantische Oceaan, aan de westkant naar de Pacific. Het klopt niet helemaal maar wordt wel zo aangeduid.
DSC03529  P1070674  DSC03516    DSC03512
P1070667    P1070668
DSC03524    DSC03522  DSC03520

Crested Butte zelf is een echte wintersportplaats maar in de zomer ook goed voor wandeltochten. Er zijn ontzettend veel trails uitgezet en is dan ook een paradijs voor wandelaars. Het geheel heeft een vriendelijke uitstraling. Neem wel een goedgevulde portemonnee mee, de prijzen zijn niet misselijk over het algemeen.

Op zoek naar een campground vroegen we bij het Visitor Center naar de mogelijkheden. De man ratelde in onverstaanbaar Engels een verhaaltje af waarbij het erop neerkwam dat we wel héél veel geluk zouden moeten hebben om iets te vinden. Vanwege drukte,logisch, nietwaar? De een nog verder weg dan de andere. We reden eerst naar de dichtstbijzijnde, langs de Slate River. Al gauw werd de weg ernaar toe onverhard. Nog wat verderop zat hij vol kuilen en nog steeds niets van een aanwijzing te zien. We waren al ongeveer zes kilometer van het dorp verwijderd. De weg werd slechter en slechter. Bert wilde al omkeren toen ik in de verte iets van een camper zag. Toevallig kwam er net iemand langsrijden dus vroegen we het maar even. Nee hoor, het klopte, gewoon doorgaan en dan de afslag naar links nemen. Even later stopte hij weer om naar ons te roepen ‘And it’s free!’ Het was allemaal waar. Eenmaal naar beneden gehobbeld kwamen we bij een pracht campground aan waar een paar andere kampeerders stonden. Er was geen water maar dat hebben we altijd bij ons. Wel een schoon wc-hokje met genoeg wc-papier voor het hele decennium. Voor de zekerheid hadden ze er ook nog twee losse wc’s, zogenaamde Dixies, neergezet. We zetten de tent neer op een redelijk open plek met uitzicht op de gouden heuvels.

   P1070677      P1070676                                                                                                                                            P1070678

Het was er wel koud! Omdat we nog maar twee houtblokken bij ons hadden zocht ik in andere fire pits naar resthout. Vaak vind je daar nog wel wat, niet iedereen neemt ongebruikt hout mee naar huis. Hier lag echter niet veel. Nou ja, dan maar een klein vuurtje. Ik wilde net weer teruglopen toen ik een soort jeep vlakbij onze plek zag. Was die nou helemaal gek geworden, zo dicht naast ons staan terwijl er een hectare leeg was?? Maar toen ik dichterbij kwam zag ik de mannen van de camper honderd meter verderop, die een hele bak met houtblokken leegstortten naast onze vuurplaats! Ze hadden mij zien zoeken…..Het ging nog verder. Vijf minuten later kwamen ze terug met aanmaakhoutjes, een hele bos, en een fles aanmaker. Ze bouwden vakkundig een vuurstapel en in no time zaten wij heerlijk warm bij een groot vuur. Veel dank aan de mannen uit Oklahoma!


P1070679  DSC03537      

                                                                                       DSC03540

De avond viel vroeg in. Terugkijkend op de dag constateerden we dat dit de mooiste tocht was die we ooit gereden hadden. We warmden een van onze laatste blikjes pastaprut op en kropen met héél veel kleren aan de slaapzak in. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten