zaterdag 17 september 2016

Woensdag 14 september–dag 23:


‘Het is hier net Disneyland!’ aldus de verzuchting van een ranger in Zion. Dat geeft wel aan hoe druk het hier is. En niemand weet hoe het komt dat het bezoekersaantal dit jaar zo ontzettend toegenomen is. Wat dat aangaat waren we erg blij met onze kampeerplek bij de familie Bauer in Glendale. Een oase!
We reden vandaag weg naar Page. Het was niet al te ver rijden, over Kanab. Daar nam ik wraak op Bert, deze keer moest híj schoenen kopen (zie blog dag 15). Een paar lage blauwe AllStars. En passant nam ik nog een paar teenslippers mee. In Kanab zit een zaak die flinke kortingen geeft op dit soort artikelen, een paar jaar geleden kocht ik er zelf een paar AllStars voor $28).
Onze bedoeling was om eerst bij de campground bij Lone Rock te kijken. Daar kun je tegen een luttel bedrag op het strand en aan het water kamperen. Wij vonden het toch te druk, vol met enorme RV’s  en de waterlijn bezaaid met tentjes.

                                         20160915_184924

Dus weken we uit naar Wahweap waar een goed aangelegd terrein is, grenzend aan Lake Powell. Overal heb je uitzicht op dat strakblauwe meer. Het meisje achter de balie had bepaald niet het buskruit uitgevonden. Wij vroegen naar seniorenkorting omdat mensen naast ons dat ook kregen. Ze keek ons eens aan en vroeg toen “Are you seniors?” We hadden eigenlijk nee moeten zeggen. Hoe complimenteus ook, we zien er echt niet meer uit als pubers. Maar we kregen een plek, een beetje schaduw dacht ons slimmerdje, maar voegde er direct aan toe 'I don’t know how good it is’. Dat konden wij haar even later gaan vertellen: helemaal niet goed. Geen sprankje  schaduw zelfs. We zagen er vlakbij een plek die wél wat koelte had en konden gelukkig wisselen. Toen stonden we helemaal alleen, met de dichtstbijzijnde buren op zeker 40 meter afstand. De tent zetten we nog niet op, het was erg warm en we wilden eerst naar de WalMart voor wat boodschappen en een boottocht bespreken voor morgen. Dus legden we alleen het grondzeil neer, verzwaard met stenen want er stond wel wat wind. Dat hadden we dus beter niet kunnen doen. Weer terug van de boodschappen was dat zeil half weggewaaid, ondanks de stenen.  Meteen nu de tent maar opzetten dus, de wind was behoorlijk aangewakkerd.En toen begon de film. De binnentent stond nog niet of hij dreigde al weg te waaien. Terwijl Bert de pennen erin probeerde te slaan moest ik met al mijn kracht aan de stokken  hangen om dat te voorkomen. Uiteindelijk stond  hij, maar loslaten kon ik hem niet. Dat betekende dat Bert in zijn eentje het dak erover heen moest zien te krijgen. Nou, geen schijn van kans. Het doek sloeg steeds weer uit zijn handen en toen het er op een goed moment wél min of meer overheen lag zat het helemaal verkeerd. Het trok aan alle kanten en we kregen het niet goed. Intussen moest ik nog steeds met mijn volle gewicht aan de stokken hangen. Ík gaf het bijna op. Nog maar een keer geprobeerd, tevergeefs. Lukt niet, zei Bert. Toen heb ik in een laatste poging de zaak te redden de achterkant weer losgemaakt waarna we het dak naar voren konden trekken. Bert sloeg er lukraak wat pennen in opeens stond hij toch. Scheef, maar hij stond! We waren erg trots op onszelf  Het lekkere eten dat we hadden willen maken – worstjes op het vuur, gesmoorde paddestoelen met groene asperges en aardappelpuree – werd hem niet. De wind was veel te hard om een vuur te maken en bovendien was het al stikdonker. Dan maar een glaasje wijn met als toetje weer eens chili. De maan scheen ons als enorme zaklamp goed bij maar kon niet voorkomen dat de wijn gratis voorzien werd van vlees. Grote gevleugelde insecten hielden kennelijk ook van Chardonnay…..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten