woensdag 7 september 2016

Zondag 4 september - dag 13: Grand Teton – Vernal


Een bericht in het plaatselijke sufferdje leerde ons dat de bezoekersaantallen zowel in Yellowstone als in Grand Teton dit jaar opnieuw alle records gebroken hebben. Dit jaar waren er in juli 815721 toeristen in Grand Teton,  78475 meer dan vorig jaar toen dat ook al de drukste maand ooit was. Een stijging van10,6 procent. In Yellowstone werden 996000 bezoekers geteld, 1,5 procent meer dan het record in juli vorig jaar. Geen wonder dat wij het druk vonden. Toch heeft Grand Teton ons aangenaam verrast. Er is voor elk wel wat wils te doen, op het water of in de omgeving. Er zijn korte en lange trails die veel afwisseling bieden in het landschap. Wij hadden het park, zoals al eerder gemeld, eigenlijk alleen maar in de regen gezien en dan is het nergens echt leuk.

Ons vertrek hebben we ingeluid met een goed ontbijt in het restaurant. Tot mijn verbazing nam Bert de Blueberry Hotcakes. Meestal is hij niet zo van het zoete. Mijn verbazing werd nog veel groter toen ik zag dat hij de enorme portie suikers en koolhydraten, aangevuld met een goed rantsoen ouderwetse boter, achter elkaar naar binnen werkte. Maar waarschijnlijk dacht hij hetzelfde van mij: ik verorberde een Rancher’s Breakfast oftewel – alweer – scrambled eggs met bacon en hash browns. Ik zie me dat thuis nog niet doen, gebakken aardappelen eten bij het ontbijt.

                    20160904_091027          20160904_091031

Het kan nog erger: naast ons zat een man iets van biscuits and gravy te eten. Dat lijkt op hondenkots. Ook niet een klein beetje, nee, een bord vol. Wij gruwelden ervan maar hij zat te smullen van de vette jus. Aan zijn postuur te zien deed hij dit wel vaker. Je moet er niet aan denken….

De weg naar Vernal voerde over Rock Springs. Tot die plaats was het landschap voor een groot deel echt Amerikaans: prairie alom met op de achtergrond de Wind River Mountains. Daar spookte het behoorlijk, de lucht werd zwarter en zwarter totdat het uiteindelijk zo inktzwart werd dat je helemaal niets meer kon zien. Het zag er onheilspellend uit. Bert was in slaap gevallen dus ik genoot alleen van het imposante wolkenspel. Op zo’n moment besef je dat het weer gewoon zijn gang gaat. Als er opeens een tornado ontstaat kun je helemaal niets doen behalve wachten tot het over is en hopen dat je zelf overeind blijft. Schuilplaatsen zijn er niet, er is helemaal niets. Hoe nietig  ben je dan als mens  temidden van al die natuur!

In Rock Springs pauzeerden we lang. Bij de Walgreens haalden we shampoo voor mij. Die had ik niet meegenomen met als gevolg dat ik mijn haar een paar keer met ‘nourishing bath and showergel’ heb gewassen. Wat trouwens heel goed werkte, daar niet van. De Wal-Mart was goed voor de aanvulling van wat groenvoer en tot ons plezier hadden ze hierheen liquor-store waar we twee flessen witte wijn scoorden. Tot nu toe waren er pas twee doorheen gegaan dus dat leek ons ook nu wel genoeg. De kassadame keek ons met vorsende blik aan. Naar Bert, naar mij en toen weer naar Bert. Daar kwam het hoge woord eruit: of we even een ID wilden laten zien. Alcohol hé, en dat mag pas bij 21+ …We schoten in de lach maar ze was bloedserieus.  Ze vertelde dat ze dat verplicht was. Zelfs een vaste klant, die elke dag terugkwam en hetzelfde kocht moest z’n ID tevoorschijn halen. De gekte ten top.
Bij Starbucks namen we een kop koffie. De kleinste maat, wat natuurlijk toch weer bijna een halve liter was. Wie heeft dat toch ooit bedacht, dat je niet uit een beker kunt drinken die kleiner is dan 400 ml?? Maar wij gingen niet alleen voor de koffie, vooral de gratis Wi-Fi was ons doel.  Ik kon vier blogs die als concept opgeslagen waren in één keer op het blog kon gooien. Nog even via Whatsapp met het thuisfront gebeld en daarna reden we door naar Vernal, door het natuurpark Flaming Gorge. Tjongejonge wat een weg was dat zeg! Van adembenemende schoonheid, en geen mens te zien. Urenlang niet. Alleen op een uitkijkpunt troffen we een echtpaar uit New York dat onderweg was met hun camper. Aangezien ze maar twee weken vakantie per jaar hebben hier deden ze elk jaar een klein stukje van hun eigen land. Vanuit NY heen en terug neemt al de nodige dagen, veel tijd om echt diep het zuidwesten in te duiken hadden ze niet.

Onderweg zagen we heel veel campings maar aangezien het weer behoorlijk onbestendig was zochten we in Vernal een hotel. Er is daar niet zo heel veel keus en onze eerste poging was bij het Landmark Inn hotel. Meteen raak! Een ontzettend aardige jongen bij de  balie gaf ons een ontzettend aardige prijs, namelijk $62. De kamer was picobello, ruim en schoon. In de lobby kon je 24 uur per dag koffie, sapjes, flesjes water en potjes yoghurt gratis krijgen. Helaas waren alle restaurants gesloten vanwege de zondag. Er was alleen één Mexicaan open. Heel veel trek hadden we daar niet in, we hadden nog iets teveel de nachos van twee dagen daarvoor in onze herinnering. Maar ja, je moet wat eten nietwaar? Die blueberries waren allang verteerd tenslotte. Dus vooruit met de geit. En het bleek een alleraardigst restaurant te zijn, vol kleur zoals dat bij Mexico hoort.    

20160904_202849                                  20160904_203236
  
                                          20160904_203252                                                    20160904_202954
       Gelukkig hadden ze Negra Modelo!
Bert bestelde enchilladas met garnalen. Ik stelde voor om dat te delen maar hij had wel honger dus nam ik een appetizer, een combo van nachos, quesadillas en taquitos met kip. Klein voorgerechtje met van alles een beetje, moet kunnen. En daar kwamen de borden:

                                 20160904_204021                  20160904_204031                                                    De borden waren zo'n 40 cm in doorsnee...even voor de beeldvorming!

Meer dan driekwart heb ik moeten laten staan. Het was óf dat, óf………nou ja, vul dat zelf maar in.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten